Ja, je kunt grasmatten leggen op bestaand gras, maar dan moet je het wel goed aanpakken. Gewoon een nieuwe mat op het oude gazon leggen en hopen dat het aanslaat? Dat werkt zelden. Wat je wél kunt doen: de ondergrond goed voorbereiden, het oude gras kortmaaien, de viltlaag verwijderen, egaliseren en dan de nieuwe grasmatten met de juiste techniek neerleggen. Graszoden over gras leggen kan dus alleen als je de viltlaag en ondergrond goed voorbereidt, anders slaat het snel niet aan Graszoden leggen op bestaand gras. Doe je het zo, dan krijg je een mooi, dicht gazon dat echt vastzit. Sla je stappen over, dan liggen er over drie weken losse matten met kale randen.
Grasmatten leggen op bestaand gras: stappenplan en nazorg
Wanneer kun je grasmatten op bestaand gras leggen (en wanneer niet)?
Er zijn situaties waarin het prima werkt om grasmatten op bestaand gras te leggen, en situaties waarin je beter eerst alles kunt afsteken. Het verschil zit in de staat van je huidige gazon.
Dit zijn de gevallen waarbij het wél kan werken
- Het bestaande gras is grotendeels gezond maar heeft kale plekken of dunne stukken die je wilt opvullen.
- Het gazon is licht verdroogd maar de bodem is nog in orde en er is geen dikke viltlaag.
- Je wilt een ongelijk oppervlak egaliseren en tegelijk het gras vernieuwen.
- Het gras is recent ingezaaid maar niet goed aangeslagen op een paar plekken.
Dit zijn de gevallen waarbij je beter alles afsteekt
- De viltlaag is dikker dan 1 à 2 cm. Die verstikt de nieuwe matten van onderaf.
- Er groeit veel onkruid (zoals brandnetel, kweekgras of zevenblad) door het bestaande gras. Onkruid groeit gewoon door de nieuwe mat heen.
- De bodem staat bol of heeft diepe kuilen van meer dan 3 cm diepte. Dan krijg je nooit een echt vlakke ondergrond.
- Het bestaande gras is volledig dood of verrot, bijvoorbeeld door een aanhoudende droogte of ziekte.
- Er is sprake van slechte drainage met permanente natte plekken of stilstaand water.
In die laatste gevallen is het slimmer om het bestaande gras volledig af te steken, de bodem opnieuw te bewerken en pas dan nieuwe grasmatten te leggen. Goedkoop proberen te besparen op die voorbereiding kost je uiteindelijk meer tijd en geld. Vraag je je bovendien af of graszoden over bestaand oud gras leggen in jouw situatie überhaupt zinvol is, dan is het ook de moeite waard om te bekijken welke alternatieven zoals klaver, bodembedekkers of kunstgras je tuinproblemen structureel oplossen. In veel situaties kun je graszoden over oud gras leggen, maar alleen als je ondergrond en afwatering het toelaten.
Beoordeel eerst je huidige gazon

Voordat je ook maar een mat koopt, neem je 10 minuten de tijd om je gazon eerlijk te beoordelen. Loop er doorheen met een aandachtige blik en let op de volgende drie dingen.
Gezondheid van het gras
Kijk of het gras nog leeft. Gezond gras is groen, veerkrachtig en herstelt zich als je erop drukt. Geel, bruin of volledig platgedrukt gras dat niet omhoogveert is een slecht teken. Controleer ook op mos: een beetje mos is normaal in de Nederlandse tuin, maar als meer dan een kwart van je gazon uit mos bestaat, is er een onderliggend probleem zoals slechte drainage of te veel schaduw.
De viltlaag

Steek een mes of schroevendraaier in het gras tot net in de bodem. De laag bruinachtig, vervilte materie tussen het groene gras en de grond is de viltlaag. Is die dikker dan 1 à 2 cm, dan moet je verticuteren voordat je grasmatten legt. Een dikke viltlaag houdt water vast, belemmert wortelgroei en zorgt ervoor dat nieuwe matten nooit goed contact maken met de bodem. Jaarlijks verticuteren (verticaal snijden met speciale messen van circa 1 cm diep) is de standaard maatregel om dit te voorkomen.
Afwatering en vlakheid
Giet een emmer water op een representatieve plek. Trekt het water binnen een minuut weg? Dan is de drainage goed. Blijft het water staan of loopt het langzaam weg in een plas? Dan heb je een drainageprobleem dat je moet aanpakken vóór de aanleg. Controleer ook de vlakheid: leg een lange lat of plank op het gazon en kijk of er holtes of bulten zijn van meer dan 2 à 3 cm. Grotere hoogteverschillen egaliseer je vooraf.
Zo bereid je de ondergrond voor

Dit is het meest bepalende deel van het hele proces. Een goede voorbereiding neemt een middag in beslag, maar zorgt ervoor dat je grasmatten echt aanslaan en niet na een paar weken loslaten.
Stap 1: Maaien op de juiste hoogte
Maai het bestaande gras zo kort mogelijk, idealiter tot circa 2 à 3 cm. Gebruik de laagste stand van je grasmaaier. Hoe korter het gras, hoe minder concurrentie de nieuwe mat ondervindt van het bestaande gras eronder, en hoe beter het contact met de bodem wordt. Ruim al het maaisel netjes op zodat er geen extra laag materiaal tussen de bodem en je nieuwe mat zit.
Stap 2: Verticuteren en de viltlaag aanpakken
Verticuteer het gazon als er een merkbare viltlaag is. Een verticutter huur je eenvoudig bij een gereedschapsverhuurbedrijf als je er geen hebt, voor een paar tientjes per dag. Stel de messen in op circa 1 cm diep zodat ze net door de viltlaag heen komen. Rij in twee richtingen (kruislings) over het gazon voor het beste resultaat. Hark daarna alles wat loskomt grondig op. Je houdt een wat kaal gazon over maar dat is precies de bedoeling: de bodem is nu open en ontvankelijk voor nieuwe wortels.
Stap 3: Onkruid verwijderen

Verwijder onkruid met de hand of met een onkruidsteker. Let op: als particulier in Nederland mag je geen middelen met glyfosaat gebruiken. Glyfosaat is als werkzame stof verboden voor particulier gebruik en verkoop, ook als je het in het buitenland hebt gekocht. Gebruik dus alleen goedgekeurde middelen met een Ctgb-toelatingsnummer, of kies voor mechanische verwijdering. Voor hartnekking onkruid als kweekgras of zevenblad is handmatig verwijderen of afsteken van die plek de enige echte oplossing.
Stap 4: Egaliseren
Vul kuilen op met potgrond of zand en schraap bulten af. Let hierbij op een belangrijk punt: de uiteindelijke hoogte van je ondergrond moet zo liggen dat de bovenkant van de nieuwe grasmat 2 cm onder het niveau van aangrenzend terras, bestrating of borders uitkomt. De grasmat zelf is namelijk ook circa 3 à 4 cm dik, dus reken dit goed door voor je gaat egaliseren. Na het egaliseren is het verstandig om de grond licht vast te trappen of te aandrukken met een wals.
Wat heb je nodig?
- Grasmaaier (instelling zo laag mogelijk)
- Verticutter (huren of kopen)
- Hark en kruiwagen
- Onkruidsteker of spitvork
- Potgrond of tuinzand voor het opvullen van kuilen
- Lange lat of waterpas voor de vlakheidcontrole
- Tuinwals (optioneel maar handig, ook te huren)
Grasmatten correct plaatsen
Nu het voorwerk gedaan is, kun je de grasmatten leggen. Dit lijkt simpel maar er zijn een paar details die het verschil maken tussen een strak resultaat en een gazon vol kieren.
Begin op de juiste plek en houd de richting aan

Begin altijd bij een rechte lijn, zoals een terrasrand, een tuinpad of een border. Leg de eerste strook strak langs die lijn en werk vandaar uit verder. Leg de matten in halfverband, ook wel verspringend patroon genoemd: de naden van de tweede rij vallen precies halverwege de matten van de eerste rij, net als bij metselwerk. Dit voorkomt dat naden samenkomen op een kruispunt, wat verzakking en kale lijnen in je gazon veroorzaakt.
Matten stevig aansluiten zonder kieren
Leg elke mat zo strak mogelijk tegen de vorige aan. Geen kieren, geen overlap. Een kleine kier van een centimeter lijkt onschuldig maar droogt uit in de eerste weken en groeit niet dicht. Gebruik je knie of een platte plank om de matten stevig te butten. Snij matten aan het einde van een rij of langs borders recht af met een scherp mes of een spade. Sloddige randen groeien niet netjes dicht.
Aandrukken voor goed contact met de bodem
Na het leggen moet je de matten goed aandrukken. Loop er systematisch overheen of gebruik een tuinwals. Goed contact tussen de wortels van de mat en de bodem eronder is essentieel: zonder dat contact droogt de mat van onderaf uit en vergroeit hij nooit. Dit is ook het moment om te controleren of er matten zijn die iets te hoog of te laag liggen. Schep bij te lage matten wat zand of grond onderlangs of druk te hoge matten extra stevig aan.
Randen afwerken langs borders en bestrating
Maak de randen langs bestrating of borders strak af met een halve maan of een scherpe spade. Leg geen matkant op een verhoogde bestrating: de mat hangt dan in de lucht aan de zijkant en droogt razendsnel uit. Pas de matten aan zodat ze net iets strakker langs de rand liggen. Bij twijfel: de mat iets inkorten is altijd beter dan een overhangende rand laten zitten.
Vastzetten en water geven in de eerste weken
De eerste vier weken na het leggen zijn bepalend voor het succes. In deze periode groeien de wortels van de grasmat in de bodem en bepaalt voldoende water of de matten aanslaan of uitdrogen.
Direct na het leggen beginnen

Geef de grasmatten onmiddellijk na het leggen een grondige watergift. Wacht daar niet mee tot de volgende dag. Bij warm of winderig weer droogt de bovenkant van een grasmat binnen een paar uur uit.
Schema voor de eerste vier weken
| Periode | Frequentie | Hoeveelheid per m² | Tip |
|---|---|---|---|
| Week 1–3 | Dagelijks | 10–20 liter | Houd de mat constant vochtig maar niet doorweekt |
| Vanaf week 4 | 2–3 keer per week | 15–20 liter | Dieper wortelen, minder frequent is beter |
| Na aanslag (6+ weken) | Naar behoefte | 15–20 liter | Geef bij droogte of warmte extra water |
Een handige truc is om liever meerdere korte beurten te geven dan één lange. Bijvoorbeeld elk half uur een paar minuten sproeien is effectiever dan één keer per dag langdurig besproeien. Zo voorkom je dat water afspoelt voordat het in de grond trekt, en blijft de mat gelijkmatig vochtig. Let er tegelijk op dat je de mat niet zo nat maakt dat het aanvoelt als een moeras: te veel vocht bevordert schimmel en onkruid.
Vastzetten met sodpennen of ferme wals
Op hellingen of windgevoelige plekken kun je grasmatten tijdelijk vastzetten met sodpennen of houten pennetjes. Op vlakke, beschutte plekken is een goede wals voldoende. Zodra de wortels de grond in zijn gegroeid (na 2 à 3 weken), zitten de matten vanzelf vast.
Belasten, maaien en bemesten: herstelmanagement
De eerste weken bepalen hoe snel je gazon herstelt en dichtgroeit. De regels zijn simpel maar worden regelmatig genegeerd, met alle gevolgen van dien.
Wanneer mag je er weer oplopen?
Probeer het nieuwe gazon de eerste twee weken zo min mogelijk te belasten. Lichte controles zijn geen probleem, maar lang lopen, spelen of meubilair plaatsen wacht je het beste even uit. Na twee weken kun je voorzichtig controleren of de matten zijn aangeslagen: trek licht aan een hoekje. Als er weerstand is, zitten de wortels vast. Na drie tot vier weken is normaal gebruik over het algemeen weer mogelijk.
De eerste maaibeurt
Wacht met maaien tot het gras een hoogte van ongeveer 6 cm heeft bereikt. Afhankelijk van het seizoen en de omstandigheden kan dat al na vijf à zes dagen zijn, maar soms duurt het wat langer. Maai nooit meer dan een derde van de graslengte in één keer weg. Gebruik bij de eerste maaibeurt een scherp mes en rij rustig om de matten niet los te trekken. Maai bij de eerste beurt niet te kort: houd een maaihoogte van 4 à 5 cm aan.
Bemesting: wel of niet?
Wacht met bemesten totdat de matten goed zijn aangeslagen, dus minstens vier tot zes weken na het leggen. Te vroeg bemesten verbrandt jonge wortels en werkt averechts. Na zes weken kun je een lichte gazonmeststof toepassen. Gebruik geen startmeststof met te hoge stikstofconcentratie in de eerste fase: het gras groeit dan te snel bovengronds maar de wortels blijven achter.
Veelgemaakte fouten en hoe je ze oplost
De meeste problemen met grasmatten op bestaand gras komen voort uit een paar herkenbare fouten. Het is belangrijk om grasmatten over gras leggen alleen te doen als je huidige gras en bodem er klaar voor zijn. Hier zijn de meest voorkomende, met wat je eraan kunt doen.
Kieren tussen de matten
Kieren ontstaan door onzorgvuldig aansluiten of doordat de matten na het leggen iets krimpen bij droogte. Vul kleine kieren (minder dan 1 cm) op met potgrond gemengd met wat graszaad van hetzelfde type gras. Grotere kieren zijn eigenlijk een teken dat je de mat opnieuw moet aanleggen of dat de ondergrond ongelijk is. Controleer in dat geval of de bodem ter plaatse goed vlak is.
Hoogteverschil en doorzakken
Doorzakken gebeurt als de ondergrond niet goed is aangedrukt of als er holtes zaten in de bodem. Losse, zachte grond zakt weg onder het gewicht van de matten en je voeten. Oplossing: til de mat op, vul de holte op met grond of zand, druk het goed aan en leg de mat terug. Doe dit liefst binnen de eerste twee weken, voordat de wortels diep ingroeien.
Matten die loslaten langs de randen
Randen die loslaten zijn bijna altijd het gevolg van uitdroging of onvoldoende contact met de bodem bij de rand. De rand van een mat droogt sneller uit dan het midden. Zorg dat randen altijd goed zijn aangedrukt en geef ze bij de watergift extra aandacht. Randen langs bestrating die in de lucht hangen, moeten worden ingekort of ondergestut met extra grond.
Leggen op te nat of te droog gras
Te nat gras bij het leggen zorgt voor slechte hechting, moddervorming en schimmelrisico. Te droge, harde grond maakt het onmogelijk voor wortels om in te groeien. De ideale bodemconditie is vochtig maar niet waterig, vergelijkbaar met goed bewerkte moestuin grond. In Nederland zijn de lente (april-mei) en vroege herfst (augustus-september) de beste periodes voor het leggen van grasmatten. In Nederland zijn de lente (april-mei) en vroege herfst (augustus-september) de beste periodes voor het leggen van grasmatten wanneer je weer moet maaien bij nieuw gelegde graszoden.
Te dunne wortelopbouw door slechte voorbereiding
Als de viltlaag niet is verwijderd, groeien de wortels nooit goed door in de bodem. De mat blijft dan drijven op een laag vervilte materialen en droogt bij de minste droogte volledig uit. Dit is de nummer één reden waarom grasmatten op bestaand gras mislukken. Verticuteren vóór aanleg is dan ook geen optionele stap, maar een voorwaarde voor succes. De handreiking Grasbekleding noemt verticuteren als maatregel om de viltlaag te verwijderen en benadrukt dat verticuteren bovendien zorgt voor beluchting van de grasbekleding verticuteren vóór aanleg.
Wanneer kun je beter een alternatief kiezen?
Heb je een tuin met structureel slechte drainage, veel schaduw, of een bodem die telkens terugproblemen geeft? Dan is het soms eerlijker om te overwegen of kunstgras, klaver of bodembedekkers een betere langetermijnoplossing zijn. Grasmatten leggen op bestaand gras is een prima keuze als de basisomstandigheden kloppen. Zijn die omstandigheden fundamenteel slecht, dan los je dat niet op met telkens nieuwe matten.
Je praktische checklist voor vandaag
- Beoordeel het bestaande gras: gezondheid, viltlaag, drainage en vlakheid.
- Besluit of je de matten over bestaand gras legt of dat volledig afsteken beter is.
- Maai het bestaande gras zo kort mogelijk (2–3 cm).
- Verticuteer bij een viltlaag dikker dan 1–2 cm en hark alles op.
- Verwijder onkruid mechanisch (geen glyfosaat als particulier).
- Egaliseer kuilen en bulten; zorg dat de uiteindelijke hoogte 2 cm onder het terrasniveau ligt.
- Druk de bodem goed aan met een wals of door eroverheen te lopen.
- Leg de grasmatten in halfverband, begin bij een rechte lijn.
- Sluit matten zonder kieren aan en werk randen strak af.
- Druk de matten aan met een wals voor goed bodemcontact.
- Geef direct na het leggen 10–20 liter water per m².
- Houd de matten de eerste drie weken dagelijks vochtig.
- Vermijd zwaar belasten de eerste twee weken.
- Maai voor het eerst als het gras 6 cm hoog is; houd een maaihoogte van 4–5 cm aan.
- Begin pas na zes weken met lichte bemesting.
FAQ
Hoe lang blijft een aangelegd gazon op bestaand gras “stabiel” voordat je het echt mag belasten?
Reken erop dat de mat na 2 tot 3 weken doorgaans genoeg wortels heeft om licht te belopen, maar ga pas na 3 tot 4 weken over op normaal gebruik. Leg en smeer daarna geen zware tegels of speeltoestellen neer, doe dat pas wanneer je ook bij proeftrekken (hoekje) duidelijk weerstand voelt.
Kan ik grasmatten op bestaand gras leggen als de viltlaag minder dan 1 cm is, of moet ik dan alsnog verticuteren?
Bij een dunne viltlaag is verticuteren vaak nog steeds nuttig, vooral als je met een mes kunt zien dat het oppervlak “vezelig” en water vasthoudend aanvoelt. Laat het niet alleen op de dikte afhangen, maar check ook mosgroei en hoe snel water wegloopt, dat zijn betere voorspellers voor aansluiting.
Wat moet ik doen als er na het leggen kieren ontstaan, maar ik heb geen zin om alles opnieuw te leggen?
Kieren kleiner dan circa 1 cm kun je vaak repareren door potgrond met graszaad (zelfde grastype) in te wrijven en het licht aan te drukken. Geef dan extra water aan die plek, houd het 2 tot 3 weken vochtig, en voorkom betreding. Zijn de kieren groter of zie je dat de mat op meerdere plekken loskomt, dan is opnieuw aanleggen met betere egalisatie meestal goedkoper.
Mag ik grasmatten leggen tijdens vorst of als het ’s nachts vriest?
Doe dit liever niet, ook al lijkt de ondergrond droog. Bij nachtvorst kan de toplaag verharden en ontstaat slecht contact, waardoor wortels minder kans krijgen. Leg bij voorkeur wanneer de bodem overdag en ’s nachts werkbaar blijft (geen bevroren toplaag) en je minimaal een paar dagen gunstige groeiomstandigheden hebt.
Hoe weet ik of ik moet afsteken in plaats van alleen een mat “over” het bestaande gras te leggen?
Afsteken is vooral verstandig bij structureel slechte groei (plekken die niet hergroeien na druktesten), een echte verrottende of sterk verdichte bovenlaag, of als je drainage niet op orde is (water blijft langer staan). Als je met een waterproef ziet dat het niet binnen ongeveer een minuut wegtrekt of als er duidelijke holtes/bulten zijn, is een volledige bodemopbouw vaak de betere route.
Welke watergeef-methode werkt het best bij grasmatten op bestaand gras (sproeier, beregeningsset, slang)?
Gebruik bij voorkeur een gelijkmatige beregening die de bovenlaag continu vochtig maakt zonder plassen. Een sproeier met een brede verdeling werkt vaak beter dan een slang met directe straal. Belangrijk: geef meerdere korte beurten en controleer door met je vinger of een kleine schep in de bovenlaag te voelen, dat helpt om te voorkomen dat je alleen het oppervlak nat houdt.
Wat als ik te veel water geef en de bodem wordt echt modderig?
Stop dan met extra beregenen, laat de toplaag eerst “op lucht” komen en probeer de bodem-conditie weer richting vochtig maar niet waterig te krijgen. Te natte omstandigheden verhogen schimmelrisico en maken het lastig om kieren goed dicht te drukken. Als je moddervorming ziet die ook na drogen zacht blijft, kan dat betekenen dat drainage ontbreekt en moet je dat vooraf structureel aanpakken.
Hoe voorkom ik dat mijn randen langs het terras of de border in de lucht komen te hangen?
Zorg dat de eindhoogte klopt voordat je legt, de bovenkant van de mat hoort ongeveer 2 cm onder het niveau van bestrating en randen te vallen. Bij randen zie je snel uitzakken als je niet goed aandrukt, dus werk met een platte plank, en ondersteun waar nodig met wat extra grond onder de rand (niet met een overhangende matkant).
Klopt het dat je na het leggen niet mag bemesten, zelfs geen kleine hoeveelheid?
Wacht inderdaad minimaal 4 tot 6 weken, maar dit is niet alleen “een kalenderregel”. Het gaat erom dat de mat is aangeslagen en de wortels actief zijn. Zie je dat de mat nog makkelijk op tilt te trekken is, dan is bemesting te vroeg. Na die periode kun je beginnen met een lichte gazonmeststof, en vermijd de eerste fase een te stikstofrijke startmix.
Kan ik grasmatten leggen in de schaduw, en waar moet ik dan extra op letten?
Ja, maar kies in dat geval voor een goed passend grassoort en wees extra strikt met voorbereiding en watergeven, want schaduw droogt vaak ongelijk en mos neemt sneller toe. Meet vooral drainage (waterproef) en controleer de viltlaag, want in schaduwrijke omstandigheden is een slechte ondergrond extra funest voor dichte beworteling.
Wat is de beste periode in Nederland, als ik niet exact april-mei of augustus-september kan plannen?
Als je buiten die piekmaanden valt, mik dan op momenten met milde temperaturen en een bodem die niet te nat en niet bevroren is. Vroege herfst is vaak beter dan late herfst, omdat de wortels dan nog voldoende door kunnen groeien. Bij warm weer geldt: leg liever vroeg op de dag en verdubbel je aandacht voor directe en herhaalde watergiften.




